ga naar homepagina

3 Octoberstraat 11
2313 ZL Leiden
tel. 071 - 5131024

ga naar
Ben Vroom usability
home
Ben Vroom usability
usability
Ben Vroom usability
verhalen
Ben Vroom usability
foto's
Ben Vroom usability
curriculum
Ben Vroom usability
email
Ben Vroom usability

USABILITY > Artikel: "Het scherm van de bezoeker"

 

Het scherm van de bezoeker

De kloof tussen bezoekers en makers van websites, en de gebruikstest om die te slechten

Artikel in bundel Nieuwe journalistiek voor nieuwe media (nog te verschijnen)
Bundel Symposium Journalistiek & Nieuwe media, Universiteit Leiden, 2005

 
 

trefwoorden:
usability test
gebruikstest
gebruikerstest
vrije surfsessies
zelf testen

 

 

 

Samenvatting

Kijkend naar hetzelfde scherm, zien de bezoekers van een website vaak andere dingen dan de makers. Ze zien vooral veel níét, zoals belangrijke knopjes, links en tekst, of hoe iets werkt.

De kloof tussen makers en bezoekers is te overbruggen door de website te testen bij gebruikers. Zo kunnen de makers zien wat de bezoekers zien en welke problemen zij tegenkomen.

Hier wordt vooral ingegaan op het zelf testen van de eigen website. Dit kan snel en goedkoop en is zeer leerzaam. Daarnaast worden de voordelen belicht van de zogenaamde vrije surfsessie, waarin de proefgebruiker doet wat hij zelf wil doen.

Inhoud

 

Inleiding

Iedereen kent het: geworstel met websites. Informatie niet kunnen vinden, onbegrijpelijke functies, verrassende bestelprocedures, gegevens kwijt raken, onzekerheid over een transactie. Zelfs op websites die professionaliteit uitstralen, die met veel zorg en een flink budget zijn gemaakt.

Websites maken is erg ingewikkeld. Het kan op allerlei manieren mis gaan. Het blijkt heel moeilijk om bij het inrichten van de site goed in te schatten of de bezoekers er goed mee uit de voeten kunnen.

[naar boven]

 

De bezoeker ziet iets anders

Zo blijkt bij gebruikstests van websites altijd dat er een groot verschil is tussen wat de bezoeker op het scherm ziet en wat de makers zien. En met de makers bedoel ik de mensen die bij de ontwikkeling van de website betrokken zijn geweest, zoals de webmaster, de webverantwoordelijke, de content manager, de webschrijver en de ontwerper.

Een voorbeeld
Een instelling binnen de grafische sector heeft een site met een uitgebreid cursusaanbod. Ik test de website bij 3 grafische bedrijven, de webmaster en manager communicatie van de instelling kijken mee. We zitten achter de computer van een bedrijfsleider van een drukkerij die in e-learning cursussen geïnteresseerd is. Een nieuw soort cursussen: leren via het internet. Hiervoor is een apart inschrijfformulier op de website geplaatst.

De bedrijfsleider probeert iemand in te schrijven. Hij vult alle gegevens in en drukt op 'verzenden'. Vervolgens gebeurt er niets. Hoewel het scherm niet veranderd is, 'ziet' de meekijkende webmaster een verzonden formulier, een inschrijving, terwijl de bedrijfsleider geen idee heeft of er iets gebeurd is. Hij drukt nogmaals op 'verzenden'. De webmaster 'ziet' nu twéé inschrijvingen, de bedrijfsleider weet nog steeds niet of hij iemand heeft ingeschreven. Of één iemand twee keer.

De maker en de bezoeker zien hetzelfde scherm, maar wat ze zien is totaal verschillend. Dit deel van de website is direct aangepast zodat gebruikers goede feedback over de inschrijving kregen.

[naar boven]

 

Oorzaken

Waardoor verschilt het scherm van de bezoeker van dat van de makers, ook als er hetzelfde op te zien is? Ik bespreek hier een aantal oorzaken die ik in de praktijk vaak tegenkom.

De bezoekers kennen de inhoud niet
De makers weten wat er op de site staat, de bezoekers vaak niet of zeer gedeeltelijk. Zij kunnen niet de hele website bekijken en maken snelle keuzes bij het verder klikken. Alles wat niet goed in beeld gebracht of ontsloten wordt, blijft voor de meeste bezoekers verborgen.

Zo had de Consumentenbond in 2000 veel tests van producten op zijn website staan. Zij waren alleen in te zien door leden, op een aantal 'gratis tests' na, die door iedereen te bekijken waren. Die links naar die gratis tests vielen echter niet op. Op de homepage moest je zelfs scrollen om de link naar een gratis test in beeld te krijgen.
Proefgebruikers stuitten bij het bekijken van de site steeds op een inlogscherm als ze testresultaten wilden bekijken en raakten hierdoor gefrustreerd. De gratis tests zagen zij over het hoofd. Zo kregen zij geen beeld van dit voordeel van het lidmaatschap en kwam de Consumentenbond in een negatief daglicht te staan.
Opvallende links naar gratis tests hadden meer goodwill en misschien ook leden kunnen opleveren.

De bezoekers zijn niet vertrouwd met de labels
De makers delen de informatie in en voorzien de onderdelen van labels. Vaak worden die de hoofd- en subknoppen van de site. Daar gaat het vaak mis. Heel vaak blijkt interessante informatie onder onduidelijke knoppen te zitten. De makers zien die als het ware achter die knoppen zitten, de gebruiker niet.

Zo heeft de gemeente Delft op zijn site veel 'digitale diensten' staan, zoals digitale formulieren voor het ophalen van grofvuil, het bezwaar maken tegen een gemeentelijke aanslag of het bekijken van aangevraagde bouwvergunningen.


www.gemeentedelft.info - detail homepage
schermafbeelding van 4 maanden na de test. Tijdens de test ontbrak het plaatje 'inloggen met DigiD'

Op de homepage werden ten tijde van de test (begin 2006) enkele daarvan ontsloten door een link en de rest door het plaatje 'Digitale balie', direct daaronder. Proefgebruikers associeerden dit plaatje echter niet met de genoemde digitale diensten, maar met een chatfunctie of iemand waar ze on line een vraag aan zouden kunnen stellen.
Ook keken proefgebruikers meer onder dan boven het plaatje 'Digitale balie'. Daardoor werden ook de digitale diensten mét link gebrekkig ontsloten.
Inmiddels is het plaatje vervangen door een nieuw logo waaraan met een advertentiecampagne meer bekendheid wordt gegeven. De digitale diensten worden goed bezocht.

De bezoekers zien weinig
De bezoeker ziet bij het bekijken van een scherm, wat vaak heel vluchtig gebeurt, veel minder dan de makers. De makers overzien het scherm en zien op veel plaatsen betekenisvolle elementen, zoals knoppen, plaatjes met links, tekst en gewone links. De bezoeker ziet vaak slechts een paar onderdelen, de rest niet.

Het is bij tests meestal erg confronterend om te zien wat bezoekers niét zien. Dat blijkt vooraf zeer moeilijk in te schatten. Een mooi voorbeeld van een pagina lay out waarbij veel belangrijke elementen onopgemerkt bleven, is die van de oude website van de Kamers van Koophandel.


www.kvk.nl (2002)

Rechts bovenin ziet u de knopjes 'Adressen', 'Producten' en 'e-mailnieuwsbrief'. Onder 'Producten' kon je brochures en themabijeenkomsten vinden over het onderwerp van de pagina. Voor adressen gold hetzelfde: op deze pagina kon je hier adressen vinden van instanties op het gebied van belastingen.
Maar als we proefbezoekers vroegen om informatie over themabijeenkomsten over BTW te zoeken, konden ze die niet vinden. Zij scrollden door het inhoudsscherm, op zoek naar de link naar de themabijeenkomsten, en zagen de links rechtsboven over het hoofd.

De makers hadden er geen rekening mee gehouden dat bezoekers bijna nooit rechtsboven naar inhoudelijke informatie zoeken. En áls ze het al deden, bijvoorbeeld op verzoek van de testleider, hadden ze niet door dat de knop 'producten' naar themabijeenkomsten zouden leiden. Een labelingsprobleem.

De hoofdknoppen stonden onderaan de pagina, ook een plek waar bezoekers nauwelijks kijken. Als we ze een opdracht gaven waarvoor ze naar een andere rubriek moesten, klikten ze meestal net zo lang op de back-knop totdat ze op de homepage kwamen, om vandaaruit naar een andere rubriek te gaan.

De bezoekers weten niet wat er onder de scrollbalk staat
De makers kennen de hele inhoud van een webpagina's, de bezoekers zien vaak alleen het beginscherm. Interessante inhoud die pas na scrollen in beeld komt, zien de makers als het ware al staan als het beginscherm verschijnt. Maar als het beginscherm daarvan geen duidelijke indicatie biedt, zullen weinig bezoekers daarheen scrollen. Daardoor kan waardevolle informatie gemakkelijk verborgen blijven.

Het komt voor dat makers de site op een groter scherm bekijken dan de bezoekers. Schermen van ontwerpers zijn vaak veel groter dan het gebruikelijke 1024x780 pixels-scherm met flink wat explorer- en andere balken. Daardoor kunnen bijvoorbeeld belangrijke links die bij hen goed zichtbaar op het scherm verschijnen, bij de meeste bezoekers eraf vallen, zoals die naar de gratis test op de homepage van de Consumentenbond.

De bezoekers lezen nauwelijks
Het is bij het schrijven van webtekst moeilijk voorstelbaar hoe weinig en slecht webbezoekers meestal lezen. Zeker langere alinea's worden vaak nauwelijks bekeken. Ik heb meermalen gezien dat bezoekers informatie niet konden vinden terwijl hij gewoon in beeld was, bijvoorbeeld midden in een alinea. Dat is praktisch onzichtbaar voor mensen die pagina's scannen, de gebruikelijke manier om te zoeken naar informatie.
Zij zien bijna uitsluitend elementen die opvallen, vooral hyperlinks, tussenkopjes, plaatjes in de tekst en opsommingen - elementen de ze al gezien hebben voordat ze écht zijn gaan lezen.

De bezoekers weten niet hoe iets werkt en waar de knopjes zitten
Hoe vaak komt het niet voor dat een gebruiker lang in het ongewisse blijft hoe hij iets moet doen? Bijvoorbeeld een product op de bestellijst verwijderen. Soms zit zo'n functie verstopt onder een onduidelijk knopje of zit de link op een plek waar je hem niet zou verwachten. Alleen de makers zien direct waar je moet klikken.

Ook kan het onduidelijk zijn hoe iets werkt. Bijvoorbeeld op de site van het Rijksmuseum. Hier kon je 360º-foto's bekijken van de zalen. Een proefgebruiker was een kunsthistorica die excursies organiseerde naar het Rijksmuseum. Het leek haar handig om de zalen vooraf op het internet te kunnen bekijken. Als zij een zaal aanklikte verscheen een venster waarvan de linkerhelft zich vulde met een foto van een stuk zaal. Dan zag zij bijvoorbeeld:


www.rijksmuseum.nl (2000)

Vervolgens gebeurde er niets. Zij begreep niet wat zo'n half uitzicht op een trappenhuis moest betekenen.

Wat zij niet doorhad is dat de foto ondertussen linksom verder laadde, als het ware in een cirkel, totdat ten slotte ook de rechterhelft gevuld zou worden. Met een analoge verbinding, zoals toen iedereen had, duurde dat minuten. Ze begreep niet dat ze intussen de foto met de muis kon beetpakken en zo het geladen deel kon bekijken. Een instructie hierover ontbrak. Voordat de rechterhelft was gevuld was ze alweer weg.

Zij probeerde een andere zaal, kreeg iets vergelijkbaars, en liet deze functie verder voor wat hij was. De makers zagen hier prachtige 360º-foto's waarmee je allerlei dingen kon doen, de proefgebruiker zag niets van betekenis.

De bezoekers weten niet wat er gebeurt als zij een handeling verrichten
De makers weten wat er gebeurt als iemand op een knop drukt die een handeling in gang zet, bijvoorbeeld 'versturen' of 'bestellen'. De bezoeker niet, tenzij hij goede feedback krijgt in een vervolgscherm. Zie het voorbeeld van de e-learning cursussen in het begin van dit artikel.

[naar boven]

 

Zelf testen

Hoe kunt u de kloof slechten tussen wat u als maker ziet en wat de bezoeker ziet? Er zijn verschillende manieren om meer vanuit gebruikersperspectief de site te bekijken. In dit artikel wil ik het hebben over de gebruikstest (of usability test), die over het algemeen wordt beschouwd als effectiefste manier om te achterhalen hoe gebruikers de site ervaren, welke problemen zij tegenkomen en hoe de site kan worden verbeterd.

Bij zo'n test bekijken proefgebruikers uit de verschillende doelgroepen hardopdenkend de site, voeren ze opdrachten uit en beantwoorden ze vragen.

Uitbesteden of zelf testen?
U kunt dat uitbesteden aan een gespecialiseerd bureau. Dit levert meestal de beste resultaten op. Een goed bureau voert de test professioneel uit, heeft de juiste distantie om problemen snel en objectief vast te stellen (schiet niet in de verdediging, legt de fout niet te snel bij de proefgebruiker), en de reikwijdte ervan aan te geven (in hoeverre zijn ze illustratief voor de hele site). Het is in staat de problemen scherp in beeld te brengen, zodat ook anderen binnen de organisatie overtuigd kunnen worden, en slimme oplossingen aan te dragen die de site als geheel naar een hoger plan kunnen tillen.

Een alternatief is zelf testen. Per test levert het misschien wat minder op, maar het heeft als voordelen dat het snel uitvoerbaar is, weinig kost en erg leerzaam is.

Uitvoering
Een eenvoudige test kunt u als volgt uitvoeren. U test (een deel van) de site of het ontwerp bij drie tot zes proefgebruikers uit de verschillende doelgroepen. In een rustige kamer laat u de proefgebruikers individueel de website hardop denkend bekijken, gedurende één tot anderhalf uur. U zit ernaast, geeft opdrachten, bekijkt (en noteert) wat er gebeurt en stelt vragen. Eventueel laat u de proefpersonen ook dingen uit eigen beweging doen of zoeken (vrije surfsessie). De verantwoordelijken voor de site kijken mee, in dezelfde of in een andere ruimte.

Tijdens de testsessies worden de problemen geïnventariseerd waar de gebruiker tegenaan loopt, de redenen die hij daarvoor aangeeft en de oplossingen die hij eventueel aandraagt. Direct na afloop worden de problemen op een rijtje gezet en de verbeteringen bedacht. Een korte voorbereiding (proefpersonen regelen, testopzet met opdrachten en vragen maken), één of twee dagdelen testen, de resultaten bespreken en u kunt de site beter afstemmen op de gebruikers.

Meermalen testen
Eén van de voordelen van zelf testen is dat u het meerdere malen in het ontwikkelproces van de website kunt doen, zonder dat het iedere keer met de kosten van een extern bureau gepaard gaat.
Het is raadzaam een site tijdens de ontwikkeling meerdere keren te testen. Het is beter om ontwerpfouten in een vroeg stadium te ontdekken dan als de hele site gebouwd en gevuld is. Gebruikstests van een complete site brengen vaak problemen aan het licht die beter in een eerder stadium opgespoord en geëlimineerd hadden kunnen worden.

Dit geldt ook voor de inhoud. Het is zeer zinvol om te testen of enkele voorbeeldpagina´s de juiste inhoud op de juiste manier bieden. Is de informatie bijvoorbeeld volledig en voldoende scanbaar en leesbaar? Als in een vroeg stadium verbeteringen mogelijk blijken, kan daar bij de verdere productie van de inhoud rekening mee worden gehouden.

Idealiter worden eerst het ontwerp, de navigatiestructuur, de homepage, de beginpagina's van rubrieken en enkele inhoudspagina's getest om te beoordelen of men op de goede weg is. Daarna kunnen aanpassingen en een deel van de verdere invulling getest worden, en ten slotte de hele website.

Ook applicaties, zoals een forum, nieuwe bestel- of betaalwijzen of een nieuwe manier om gegevens in te zien, dienen afzonderlijk bij proefgebruikers getest te worden. Het is bijna nooit in één keer goed.

Aantal proefgebruikers
Het aantal proefgebruikers is enigszins arbitrair. Zes tot acht is een normaal aantal. Maar wat ik hier vooral wil aangeven is: ook een test met klein aantal proefpersonen, bijvoorbeeld drie, die in ongeveer een dagdeel uit te voeren is, is uitermate nuttig.

Zelf heb ik in de jaren 2000 en 2001 in totaal 14 websites voor het blad Communicatie getest bij drie proefgebruikers. Ook tijdens cursussen websites testen oefenen we bij drie proefbezoekers. Dit levert altijd enorm veel op, zowel belangrijke, structurele problemen als een flink aantal detailproblemen.

[naar boven]

 

Leereffect van zelf testen

Mijn ervaring is dat er vaak weinig usabilitykennis voorhanden is bij de ontwikkeling van een website. De webverantwoordelijken hebben vooral kennis van de inhoud, de vormgevers van vorm en de bouwers van techniek.
Kennis van de vele aspecten die bepalen of gebruikers de juiste inhoud zien, weten wat er achter knoppen en links zit, teksten goed kunnen scannen, handelingen goed kunnen uitvoeren of snel het juiste zoekresultaat kunnen vinden, ontbreekt vaak.

Ook met het vermogen om te denken vanuit de gebruiker (empatisch vermogen) is het vaak pover gesteld. Makers van zoiets omvangrijks en ingewikkelds als een website, zijn zó bezig met hun boodschap en de vorm, dat de gebruiker gemakkelijk uit het zicht verdwijnt.

Testen bij gebruikers, en vooral zelf testen, is waarschijnlijk een zeer effectieve manier is om meer vanuit de gebruiker te leren denken en inzicht te krijgen in de factoren die bepalend zijn voor de gebruiksvriendelijkheid en effectiviteit.

Graag maak ik in dit verband een uitstapje naar taalonderwijskundig onderzoek. Doel van dit onderzoek was om scholieren snel te leren aan welke eisen teksten, zoals een handleiding, moeten voldoen. De scholieren die het meest indringend werden geconfronteerd met de gebruikersreacties bleken het snelst te leren om effectieve teksten te schrijven én aan te geven waar deze aan moeten voldoen.

Voorbeeld onderzoek handleiding schrijven
Een voorbeeld is een onderzoek van Couzijn naar het leren schrijven van handleidingen. Leerlingen moesten een handleiding schrijven voor een natuurkundig proefje. Dit proefje liet zien dat lucht niet niets is: als je een erlenmeyer afsluit met een kurk met daarin een trechter waarin water wordt gegoten, blijft het water in de trechter staan. Als je een rietje in de trechterbuis steekt, loopt het water daarlangs naar beneden, omdat de lucht nu kan ontsnappen.

Iedere leerling leerde deze proef uit te voeren. Daarna moesten ze een handleiding voor de proef schrijven voor andere leerlingen. De leerlingen werden verdeeld over drie groepen. Iedere leerling van groep A zag twee scholieren op video hardopdenkend de proef met uitvoeren behulp van hun handleiding. Zij zagen hoe zij worstelden met de handleiding. Sommige leerlingen van groep A kregen ook nog geschreven commentaar van hun lezers op de handleiding. Groep B kreeg op video lezers te zien met een handleiding van iemand anders dan de kijkende schrijver. Leerlingen van groep C moesten alleen nog eens goed naar de eigen handleiding kijken en de proef nog eens daarmee uitvoeren.

Na afloop moesten alle leerlingen de handleiding herschrijven. Drie weken later schreven ze een uitleg hoe je een handleiding moet schrijven. Leerlingen van groep A, en vooral de leerlingen die ook schriftelijke feedback hadden gekregen, bleken verreweg de beste handleiding te hebben geschreven en waren ook verreweg het best in staat uit te leggen waaraan een goede handleiding moet voldoen.

Vergelijkbare ervaringen bij webtests
Kijken naar hoe iemand aan de slag gaat met uw product, kan dus erg leerzaam zijn. Mijn eigen ervaring is dat meekijkende verantwoordelijken voor de site meestal nogal geschokt zijn door hoe de proefgebruikers zich gedragen en waar ze tegenaan lopen, en hoe voor de hand liggend dat gedrag en die problemen bij nader inzien zijn. Zulke ervaringen zijn waarschijnlijk zeer stimulerend om in de toekomst meer vanuit de gebruiker te gaan denken.

Hoe regelmatiger tests worden uitgevoerd, hoe sterker waarschijnlijk het effect op het denken vanuit de bezoeker en de usability-kennis. Bovendien is het goed om de bijna permanente aandacht voor de inhoud, de vorm en de techniek met enige regelmaat af te wisselen met aandacht voor de gebruiker.

Klant leren kennen
Regelmatig testen levert bovendien kennis op van de doelgroep (de klant), bijvoorbeeld van zijn specifieke wensen en webgedrag. De klant krijgt steeds meer een gezicht.

[naar boven]

 

Vrije surfsessies in een webtest

Doorgaans worden gebruikstests uitgevoerd door proefgebruikers opdrachten te laten uitvoeren en hen vragen te stellen. Zelf begin ik een testsessie echter meestal met een 'vrije surfsessie': ik vraag de proefgebruiker welke informatie hij op de website zou willen vinden of welke handelingen hij zou willen uitvoeren. Vervolgens vraag ik hem dat hardopdenkend te doen.

Zelfbedachte opdrachten
Het gaat hier in feite om 'zelfbedachte opdrachten'. Pas daarna geef ik opdrachten uit de vooraf bedachte opdrachtenlijst, de zogenaamde 'test-opdrachten'. Ik laat een proefgebruiker maximaal de helft van de testsessie aan deze zelfbedachte opdrachten besteden.

In de handboeken over usability testing wordt nergens gesproken over vrije surfsessies of zelfbedachte opdrachten. Alleen Steve Krug geeft aan proefpersonen het liefst eerst iets van hun eigen keuze te laten zoeken (Don't make me think, editie 2005, p. 154). Mijn ervaring is dat zelfbedachte opdrachten een zeer waardevolle aanvulling kunnen vormen op de test-opdrachten, om de volgende redenen.

1. Er worden meer delen van de site bezocht
Testopdrachten brengen in de regel veel problemen aan het licht, maar hebben als nadeel dat ze proefgebruikers steeds ongeveer hetzelfde laten doen. Websites zijn meestal heel groot en de problemen kunnen zich op allerlei plaatsen voordoen. Tijdens vrije surfsessies is het gedrag van proefgebruikers veel diverser. Er worden meer plaatsen op de site bezocht. Daardoor kunnen meer problemen aan het licht komen. Aangezien veel problemen in één keer duidelijk zijn, levert dit een grotere verscheidenheid aan resultaten op.

2. Niet alleen zoeken naar wat erop staat
Met testopdrachten wordt meestal gevraagd informatie te zoeken die op de website staat of handelingen uit te voeren die de website faciliteert. Maar als proefbezoekers hun eigen interesse volgen, zoeken ze soms hele andere dingen. Informatie of mogelijkheden waaraan de makers niet hebben gedacht, maar die er wellicht wel op zouden horen. Aangezien een goed functioneren van een website voor een groot deel afhangt van de inhoud, gaat het vaak om zeer relevante informatie. Ook dit kan noodzakelijke gaten slaan in de tunnelblik die bij de ontwikkeling van een website ontstaat.

3. Er wordt niet vanuit de makers gedacht
Bij het opstellen van opdrachten wordt waarschijnlijk veelal vanuit het perspectief van de makers van de site gedacht. De bedenkers van de opdrachten hebben kennis van de website, weten wat de makers belangrijk vinden, en baseren hun opdrachten daarop. Het kan zeker zo interessant zijn wat er gebeurt als proefgebruikers niet gestuurd worden. Dat kan tot inzichten leiden waaraan nooit gedacht is.

4. Wat mensen uit zichzelf doen leidt tot interessanter gedrag dan het louter uitvoeren van opdrachten
Als proefgebruikers zelfbedachte opdrachten uitvoeren, gaat het altijd om dingen die ze écht graag willen vinden of doen. Hoe meer ze gemotiveerd zijn om dingen te weten te komen of te doen, hoe rijker de informatie die het oplevert. Bovendien weten zij niet of de informatie op de site staat - in tegenstelling tot bij de meeste opdrachten - wat tot ander zoekgedrag leidt. Hoe lang gaan zij door als ze het niet kunnen vinden? Welke wegen slaan ze allemaal in? Welke informatie missen ze om tot een juiste beslissing te komen? Op welke complicaties stuiten zij vanuit hun eigen situatie? Bij het uitvoeren van testopdrachten is het gedrag minder natuurlijk en zijn de ervaringen minder 'rijk'.

De laatste twee punten zijn moeilijk hard te maken. Ondersteuning voor de eerste twee punten levert een onderzoek van Sienot . Hij heeft een onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de hardopdenkmethode en de plus-en-minmethode voor websites . Per methode splitste hij de groepen. Twee groepen bezochten de website vrijelijk, twee andere groepen voerden opdrachten uit.


hardopdenkmeth/
plus-en-minmeth

selectie begrip acceptatie relevantie +
volledigheid
waardering Totaal
totaal
met opdrachten
1.0 (17) 5.65 (51) 0.35 (5) 0.85 (19) 1.6 (30) 9.45 (122)
totaal zonder
opdrachten
0.8 (11) 3.05 (48) 0.55 (8) 2.65 (56) 2.25 (41) 9.30 (164)


Uit onderzoek Sienot (1997): Vergelijking resultaten met en zonder opdrachten; gemiddelden per proefpersoon en tussen haakjes het totaal te onderscheiden problemen (Bewerking Sienot (1997) tabel 2. Totalen laatste kolom berekend door Ben Vroom)

De tests waarbij de proefpersonen vrijelijk de site bezochten uitvoerden, brachten de meeste afzonderlijke problemen aan het licht. Sienot wijst erop dat proefpersonen op veel meer plaatsen terecht kwamen als hun de vrije hand werd gelaten. Daardoor kwamen op meer plaatsen problemen aan het licht.

Ook brachten de methoden zonder opdrachten veel meer problemen aan het licht op het gebied van relevantie en volledigheid (helaas niet uitgesplitst), wat er waarschijnlijk op wijst dat meer inhoudelijke problemen naar voren kwamen.

[naar boven]

 

Voorbeelden van resultaten vrije surfsessies

Ik zal dit toelichten met een aantal voorbeelden van problemen die dankzij vrije surfsessies aan het licht kwamen, wat met alleen opdrachten waarschijnlijk niet was gebeurd .

TPGPost
Begin 2006 testte ik een aantal conceptpagina's en onderdelen van een nieuwe site van TPG Post en tevens enkele delen van de bestaande site. Een van de proefpersonen was een internet-ondernemer die steeds meer pakjes ging verzenden. Hij bracht ze iedere middag naar het postkantoor. Hij vroeg zich af of een andere manier van verzending misschien handiger was. Kon hij het niet laten ophalen? Hij wilde daar op korte termijn een beslissing over nemen. We lieten hem deze informatie zoeken. Ten eerste bleek dat de sites niet goed waren ingericht op de vraag wat in een gegeven situatie de efficiëntste of goedkoopste manier van post verzenden was. Ieder product stond op zichzelf. Eenmaal aangekomen bij een pagina over post laten ophalen, bleek dat geen informatie werd gegeven over bijvoorbeeld de kosten en het moment van ophalen. Er stond alleen iets over de manier van pakketten aanleveren. Daar had bij voor zijn beslissing niet veel aan.

Benjijsterkerdandrank.nl
Een ander voorbeeld is de test van de site Benjijsterkerdandrank.nl (de website bestaat niet meer op dit adres). De website moest jongeren stimuleren niet overmatig te drinken. Prominent op de site stonden uitspraken van beroemde Nederlanders en drankgebruik-zelftests die weinig informatie gaven over de gevolgen van overmatig drankgebruik. Daar was door de organisatie duidelijk veel werk van gemaakt.

We testten de site, in het kader van een cursus webtesten, bij 3 jongeren die volgens hun ouders nogal stevig dronken. Zij bekeken uit eigen beweging onder andere de zelftests en de uitspraken en nog het een en ander. Dat zei hun allemaal weinig.
De site bevatte ook informatie over de gevolgen van stevig drankgebruik, zoals een verminderde potentie en hersenschade. Deze informatie zagen ze niet omdat hij nogal verstopt stond: niet op een opvallende plaats en onder een onduidelijke knop. Het was duidelijk dat zij die uit zichzelf nooit zouden hebben aangeklikt. Maar toen wij ze in het opdrachten-deel vroegen daarnaar te kijken, vonden ze dat wél interessant. Ze schrokken van de schokkende effecten die ze nog niet kenden.
Conclusie was dat jongeren wel degelijk in de informatie geïnteresseerd kunnen zijn, en dat vooral díé prominent op de website aangeboden moet worden. Zonder vrije surfsessie zou dit nooit zo duidelijk naar voren zijn gekomen.

Vernieuwingsimpuls.nl
In 2002 werd in gemeentes het dualisme ingevoerd. Dit had vergaande gevolgen voor de verhouding tussen de gemeenteraad en het college Burgemeester en wethouders en had praktische consequenties op velerlei vlak. Zo ontstond bijvoorbeeld de nieuwe functie van griffier van de gemeenteraad. De website Vernieuwingsimpuls.nl gaf hier informatie over.

De website werd veel gebruikt, met name door ambtenaren die anderen binnen de gemeente moesten informeren, en oogstte veel waardering.

De gebruikstest is uitgevoerd in maart 2002, kort nadat de wet van kracht was geworden. Hij is getest bij twee raadsleden van verschillende gemeentes en bij twee ambtenaren uit twee andere gemeentes. De ambtenaren hadden beiden een ondersteunende functie bij de invoering van het dualisme.

De proefgebruikers bleken vooral sterk geïnteresseerd in hoe zij specifieke veranderingen moesten doorvoeren, bijvoorbeeld aan welke eisen een raadsgriffier moest voldoen en hoeveel personele ondersteuning hij moest krijgen. Op dit concrete niveau bood de site echter weinig gemakkelijk vindbare informatie. Soms bevatten pdf-documenten zulke informatie, maar daarin was het zeer lastig zoeken. De website voorzag niet in de behoefte om snel concrete informatie en aanwijzingen over allerlei veranderingen te vinden. Dit wreekte zich vooral bij de raadsleden. Zij zijn minder dan beleidsambtenaren geneigd om uitvoerig op een website te gaan zoeken.

Ook waren de proefpersonen zeer geïnteresseerd in de activiteiten en ervaringen van andere gemeenten. De informatie hierover op de website was echter vaak te algemeen en verouderd. Veel plannen, weinig informatie over concrete activiteiten en praktisch geen ervaringen. Nadat gemeenten twee jaren eerder hun informatie over plannen en activiteiten hadden aangeleverd, was er nauwelijks nieuwe informatie bijgekomen.

Het was duidelijk dat de website gedeeltelijk reeds goed in een behoefte voorzag, maar nog veel beter zou kunnen functioneren door concrete informatie op een toegankelijke manier aan te bieden, liefst geordend op onderwerp. De website is daar vervolgens snel op aangepast.

[voor meer reseltaten van vrije surfsessies: zie artikel Vrije surfsessies in een gebruikstest]

[naar boven]

 

Fundamentele problemen

In bovenstaande voorbeelden zijn de testresultaten van nogal fundamentele aard. De site van TPG Post bleek zowel qua inrichting als qua informatie te weinig vraaggestuurd. Bij Benjijsterkerdandrank.nl was te weinig rekening gehouden met de interesse voor de gevolgen van drankmisbruik, waardoor deze te weinig in de etalage waren gezet. Vernieuwingsimpuls.nl was te weinig ingericht op de behoefte aan gemakkelijk vindbare concrete informatie.Het gaat hier om de uitgangspunten, de focus bij de inrichting van de website.

Het is de vraag of testopdrachten ook tot zulke fundamentele inzichten kunnen leiden. Waarschijnlijk niet als het gaat om eenvoudige opdrachten in de vorm van 'zoek dit' of 'doe dat'. Voor het ontdekken van fundamentele, 'website brede' problemen verwacht ik het meest van zelfbedachte opdrachten, met name als de website voor een specifiek doel en specifiek publiek is gemaakt, en de proefgebruikers daar goede representanten van zijn.

Hopelijk kan onderzoek in de toekomst meer beeld geven van de mogelijkheden bij de invulling van gebruikstests en de effecten op de resultaten. Het zou interessant zijn om te inventariseren wat voor soort opdrachten in de praktijk gegeven worden en tot welke testresultaten zij leiden. Dat zou zowel voor het wetenschappelijk onderzoek als voor de praktijk zeer vruchtbaar kunnen zijn.

[naar boven]

 

Literatuur

Couzijn. M. & G. Rijlaarsdam (1995). Lees- en schrijfstrategieën: leren door doen of leren door kijken? Vonk 25, 1. 42-53.

Dumas, J. S. and J. C. Redish (1999): A Practical Guide to Usability Testing. Intellect, England/USA.

Krug, S. (2005): Don't make me think. A Common Sense Approach to Web Usability. New Riders Publishing.

Jong, M. de & L. Lentz (2006). Scenario evaluation of municipal websites: Development and use of an expert-focused evaluation tool. Government Information Quarterly 23 (2), 191-206.

Hackos, J. T. And J. C. Redish (1998): User and Task Analysis for Interface Design. John Wiley & Sons

Kassenaar, P. En O. Van Rijswijk (2003). Handboek Website usability. Academic Service.

Lentz, L. (2002). Hoe evalueer je een website? Tekst[blad] 8, nr.1 . 35-40.

Lentz en Sanne Elling (2003). Scenario's en de evaluatie van (gemeentelijke) websites. Tekst[blad], 9 nr. 3. 51-58.

Pearson, M. (2000). Web Site Usability Handbook. Charles River Media, Rockland, Massachusetts.

Rubin, J. (1994): Handbook of Usability Testing. How to plan, design and conduct effective tests. John Wiley and Sons, New York.

Rijlaarsdam, G. (2005). Observerend leren. Een kernactiviteit in taalvaardigheidsonderwijs. Deel 1: Ontwerpadviezen uit onderzoek verkregen. Levende Talen Tijdschrift, 4, 10-20.

Rijlaarsdam, G. (2005). Observerend leren. Een kernactiviteit in taalvaardigheidsonderwijs. Deel 2: Praktijkvoorbeelden. Levende Talen Tijdschrift, 4, 21-28.

Sienot, M. (1997). Pretesting Web Sites: A Comparison between the Plus-Minus Method and the Think-Aloud Method for the World Wide Web'. Journal of Business and Technical Communication, 11/4. 469-482.

Vroom, B. (1999): Het testen van websites. Tekst[blad] 5, nr. 1. 43-51.

Vroom, B. en E. Hartman (1999): Testontwerpkeuzes bij een probleemopsporende pretest van een website. Lezing op het VIOT congres 1999 te Delft.

Vroom, B. (2002): Checklist voor goede websites. Kluwer, Alphen aan den Rijn

Vroom, B. (2003): Vrije surfsessies in een gebruikstest. Tekst[blad] 2003/2. 50-54. Zie ook www.benvroom.nl/artikelvrijesurfsessies.htm

Vroom, B (2003): Websites testen bij gebruikers. Syllabus, eigen uitgave Ben Vroom usability, Leiden. Handleiding bij een training Websites testen.

Vroom, B. (2004): Websites testen bij gebruikers. Eric van Casteren e.a.: Webontwerp. [Z]OO Producties, Eindhoven. Serie Monografieën over vormgeving. Zie ook www.benvroom.nl/artikelgebruikstest.htm.

[naar boven]

© Ben Vroom, oktober 2006

   

Op deze site:

Boek:
Checklist voor goede websites

Checklist op
deze site

Checklist
formulieren


Artikelen:

webtekst

websites
testen