"Is alcohol ook energie?"
Tips voor het testen van teksten
Soms komt
het er echt op aan dat uw teksten glashelder zijn
en goed overkomen. Voorlichtingsbrochures,
handleidingen en nieuwsbrieven aan uw
gewaardeerde, maar kritische cliëntèle. Of ze
ook zo goed zijn als u zelf denkt, dat blijft
onbekend. Tenzij u ze vooraf aan proeflezers
voorlegt: een korte cursus pretesten.
De volgende
passage uit de brochure Wat leest u op het
etiket? lijkt voor zich te spreken:
Vetten, koolhydraten (zetmeel en suikers), eiwitten en alcohol
zijn leveranciers van energie. Energie voor alles wat er in
het lichaam gebeurt; het kloppen van het hart, de ademhaling
etc.
Maar toen deze
passage aan proeflezers werd voorgelegd,
reageerden sommigen verrast:
- 'Is alcohol ook energie? Dat geloof ik niet.'
- 'Levert alcohol energie? Alcohol is toch
slecht?'
- 'Alcohol levert energie? Maar dat is dan toch
van tijdelijke aard, want de volgende dag ben je
dat vrolijke gevoel weer kwijt.'
ONGELEIDE
PROJECTIELEN
Taal kan
gemakkelijk tot misverstanden leiden. Iedereen
kent voorbeelden van onduidelijke of onleesbare
teksten: ondoorgrondelijke brieven, voorstellen
die pas bij derde lezing hun voordelen
prijsgeven, handleidingen die halfgelezen en
onbegrepen terzijde worden geschoven.
Het gaat vaak mis als schrijver en lezer elkaar
niet kennen. De meeste teksten worden geschreven
voor bekenden, zoals collega's en vakgenoten. Ook
als ze niet zo goed geschreven zijn, komt de
boodschap meestal wel over, en anders is er
altijd de telefoon om de brief toe te lichten of
de vergadering om het plan te verhelderen.
Die mogelijkheden ontbreken bij een folder of een
brief die in honderdvoud gemaild wordt. Teksten
die voor collega's geen geheimen kennen, kunnen
zich in vreemde handen gedragen als ongeleide
projectielen. Soms om redenen die niemand had
kunnen voorzien: zo wilde een stofzuigerfabrikant
ooit een 'gestroomlijnde' stofzuiger op de markt
brengen. Veel mensen meenden echter dat iedere
stofzuiger een stroom-lijn (een snoer) had. De
stofzuiger is nooit als zodanig in de winkel
terecht gekomen.
MILJOENENSTROP
Kleine
onduidelijkheden, door collega's over het hoofd
gezien, kunnen grote schade veroorzaken. Zo zond
de Postbank enige jaren geleden een brief aan
alle houders van een plus- of sterrekening. De
bank wilde hen hiermee informeren over
veranderingen in de wijze waarop geld naar deze
rekeningen kon worden overgemaakt. De uitleg
bleek echter niet geheel duidelijk. Het
telefoonnummer dat speciaal voor vragen was
ingericht, raakte volledig overbelast, ook na het
inzetten van uitzendkrachten. De Postbank heeft
toen in een aantal landelijke en regionale bladen
een advertentie geplaatst waarin werd verzocht
niet meer te bellen. Tevens werd een nieuwe brief
in het vooruitzicht gesteld, die vervolgens is
verstuurd. Deze extra activiteiten hebben naar
schatting meer dan een miljoen gulden gekost.
Zulke missers, maar ook kleinere problemen, zijn te voorkomen
door de tekst vóór de uitgave aan proeflezers
voor te leggen. Zij zijn het beste in staat om aan te geven
wat niet voor iedereen duidelijk is, waar lezers het hinderlijk
mee oneens kunnen zijn of welke informatie ontbreekt. Naarmate
het belang van de tekst groter is en er meer kosten mee gemoeid
zijn, is er meer reden om tot een zogenoemde pretest (spreek
uit: prie-test) over te gaan.
KLEINSCHALIG
ONDERZOEK
Wellicht gebeurt
het pretesten nog zo weinig omdat zelden
duidelijk wordt dat een tekst slecht
functioneert. Er is geen lagere omzet, niemand
verdient er minder door, er vallen geen ontslagen
(zo lijkt het tenminste). Bovendien is schrijven
zo'n alledaagse aangelegenheid, dat het idee om
teksten te testen niet snel voor de hand ligt,
ook niet als er grotere belangen mee zijn
gemoeid.
Mogelijk is het
ook de angst voor 'onderzoek': dat is bijna
altijd grootschalig, kostbaar en tijdrovend. Een
pretest kan echter snel (in een paar dagen) en
goedkoop uitgevoerd worden. Tien tot vijftien
proefpersonen zijn doorgaans voldoende.
PLUSSEN EN
MINNEN
Een goede
pretestmethode moet zeer uiteenlopende problemen
kunnen opsporen. Het is bijvoorbeeld weinig
zinvol om alleen de begrijpelijkheid van een
folder over gezonde voeding te testen als later
blijkt dat de voorkant doet denken aan reclame
voor een uitvaartmaatschappij. Of dat diëtistes
de folder weigeren uit te delen omdat zij het
niet eens zijn met de bewering dat beperkt
alcoholgebruik een heilzame werking kan hebben.
Een beproefde
combinatie van methoden om snel uiteenlopende
problemen op te sporen, is die van de
plus-en-minmethode en het gerichte vraaggesprek.
In de praktijk is gebleken dat hiermee
gemakkelijk zeer uiteenlopende problemen op te
sporen zijn.
De plus-en-minmethode werkt als volgt: u vraagt
proeflezers bij het lezen van de tekst een plus
te zetten bij alles wat ze goed vinden en een min
bij alles wat ze slecht vinden. Daarna bespreekt
u de plussen en minnen met ze.
De plussen en minnen zijn een hulpmiddel om
bruikbaar commentaar aan de proeflezers te
ontlokken. Uiteindelijk gaat het om de
toelichtingen, de aantallen plussen en minnen
zijn voor het verbeteren van de tekst
onbelangrijk.
Het is echter niet
zeker of met de plus-en-minmethode alle
belangrijke problemen aan het licht komen. Als
proeflezers niet doorhebben dat ze iets verkeerd
begrijpen, zullen ze dit niet met minnen
aangeven. Ook als er belangrijke informatie
ontbreekt, hoeft zich dit niet in minnen te
vertalen, omdat lezers vooral reageren op wat er
wél staat.
In een vraaggesprek, waarbij een vragenlijst
wordt doorgenomen, kan gerichter naar problemen
worden gezocht. Zo kunt u onderzoeken of u met de
folder daadwerkelijk uw doelen kunt bereiken. Zo
niet, dan is er wellicht aanleiding om de tekst
aan te passen. Andere vragen zijn bijvoorbeeld:
nodigt de voorkant uit om de tekst ter hand te
nemen, worden de belangrijkste onderdelen
gelezen, begrepen en geaccepteerd, ontbreekt er
essentiële informatie, worden de stijl en
vormgeving gewaardeerd, is de informatie
toepasbaar, welke invloed heeft de tekst op het
imago van de organisatie?
Zo'n vragenlijst
is gemakkelijk in combinatie met de
plus-en-minmethode af te nemen. U laat de
proeflezers eerst plussen en minnen zetten, stelt
vervolgens de vragen en bespreekt ten slotte de
plussen en minnen. Zo kunt u een rijk beeld
krijgen van hoe de tekst overkomt en hoe deze
verbeterd kan worden. Tien tot twintig
proefpersonen zijn meestal voldoende, maar ook
met vijf proefpersonen kunt u al belangrijke
problemen op het spoor komen.
'AIDS, HET
ZAL JOU NIET PAKKEN'
Hoe uiteenlopend
de resultaten van pretests kunnen zijn, blijkt
onder meer uit de volgende voorbeelden. Een
medewerker van grote pensioenmaatschappij testte
een nieuw formulier voor het aanvragen van een
ouderdomspensioen. Deze formulieren worden
jaarlijks in zeer grote aantallen verzonden. De
pretest wees onder meer het volgende uit:
- Bij een
meerkeuzevraag over de huwelijkse staat waren
meer antwoorden tegelijk mogelijk, zoals
gescheiden én (daarna opnieuw) gehuwd. Dit
hadden sommige proefpersonen niet door: bij het
aankruisen van het ene antwoord gingen zij
onmiddellijk door naar de volgende vraag.
- De toelichting
bleek slecht gelezen te worden, waarschijnlijk
mede doordat deze ver van de vragen af stond.
Hierdoor zagen veel mensen over het hoofd dat ze
stukken moesten bijsluiten.
Stel dat de
pretest niet was uitgevoerd, dan zou de
maatschappij zeer veel moeite hebben moeten doen
om de ontbrekende gegevens te verkrijgen.
Een medewerker van
de GGD Utrecht testte een lespakket voor de
lagere school. Daaruit bleek onder andere dat de
kaarten van een kwartetspel doorzichtig waren. De
leerlingen konden zien welke kaarten anderen in
hun handen hadden.
Nog een voorbeeld:
om Nederlanders met een Surinaamse achtergrond
voor te lichten over AIDS werd de folder AIDS, no
mek' a grab' joe! gemaakt. De titel is Sranan
Tongo voor 'AIDS, laat het je niet te pakken
krijgen'. Met de Surinaamse titel hoopte men dat
de doelgroep zich eerder aangesproken zou voelen.
Uit de pretest bleek echter dat niet alle
Surinamers het Sranan Tongo beheersen. Sommigen
kwamen met een geheel eigen lezing van wat er
stond: 'AIDS, laat je niet krabben', 'AIDS, je
moet je niet laten pakken', of zelfs 'AIDS, het
zal jou niet pakken'.
ACHTERAFGEPRAAT
Vaak blijkt
achteraf dat er fouten zijn gemaakt bij de
productie van de tekst. Bij veel voorbeelden van
resultaten denk je al snel: "moesten ze een
pretest uitvoeren om dáár achter te
komen?"
Dat niet iedere Surinamer Sranan Tongo beheerst,
had vooraf bekend kunnen zijn. De GGD had in een
pauze moeten kwartetten. De pensioenmaatschappij
had moeten weten dat het zeer nadrukkelijke
vermelding behoeft als bij een meerkeuzevraag
meerdere antwoorden mogelijk zijn. En dat
toelichtingen niet te ver van de vragen moeten
staan. Dat staat in handboeken,
formulierendeskundigen weten dit, medewerkers van
een maatschappij die jaarlijks tienduizenden
formulieren verstuurt, hadden dit ook moeten
weten.
Als de teksten
zorgvuldiger zouden zijn opgesteld, waren de
pretests niet nodig geweest voor het opsporen van
de genoemde problemen. Maar dat is
achterafgepraat. Vaak blijkt juist een pretest
zeer geschikt om feilen in de produktie boven
water te de krijgen. En zo kan het fenomeen
pretesten tevens bijdragen aan een zorgvuldiger
tekstproduktie. Maar ook problemen die achteraf
gezien moeilijk te voorspellen waren, kunnen maar
beter vóór de uitgave opgespoord worden.
Test uw
teksten - tien tips
1
Ga na welke van uw teksten voor een pretest in
aanmerking komen. Hoe hoger de kosten van de
tekst, hoe groter het belang ervan en hoe groter
de afstand tussen lezer en schrijver, des te meer
reden er is om er niet bij voorbaat van uit te
gaan dat de boodschap goed overkomt.
2
Voer liever een beperkte pretest uit dan geen
pretest. Een eenvoudige pretest, bijvoorbeeld met
alleen de plus-en-minmethode, bij slechts vijf
proefpersonen, kan ernstige missers voorkomen.
3
Bedenk eerst wat u met de pretest te weten wilt
komen. Denk daarbij aan: wat wil ik met de tekst
bereiken, nodigt de voorkant voldoende uit om de
folder ter hand te nemen, wordt de inhoud
gelezen, begrepen en geaccepteerd, ontbreekt er
informatie of staat er overbodige informatie in,
worden tekst en vormgeving gewaardeerd, voelen de
lezers zich aangesproken, kunnen zij de
informatie toepassen, welk beeld krijgen zij van
de organisatie? Bedenk ook wat uw vragen en
twijfels over de tekst zijn.
4
Stel nu de lijst met vragen op die u aan de
proeflezers wilt stellen. Test de vragenlijst bij
een collega.
5
Kies in principe voor 10 - 20 proefpersonen. Zorg
dat zij een goede dwarsdoorsnede vormen van de
doelgroep: bepaal welke onderverdelingen er in de
doelgroep aan te brengen zijn en selecteer de
proefpersonen zodanig, dat de verschillende
groepen in de steekproef vertegenwoordigd zijn.
6
Neem tijdens de gesprekken en bij het verwerken
van de resultaten alle reacties serieus. Bij
kleine steekproeven zijn de aantallen reacties
niet belangrijk. Bedenk steeds: wat kan deze
reactie zeggen over het eventueel niet goed
functioneren van de tekst; kan het probleem ook
voor anderen gelden?
7
Stel de vragenlijst bij als sommige vragen bij
nader inzien minder geschikt zijn of als u
aanvullende vragen wilt stellen. De vragenlijst
is niet heilig maar is een hulpmiddel om zo
efficiënt mogelijk problemen op te sporen.
8
Vraag door als daar aanleiding voor is. Vergelijk
antwoorden op vragen met commentaar bij plussen
en minnen en bespreek met de proefpersoon de
vragen die u naar aanleiding daarvan heeft. Bij
de bespreking van de plussen en minnen kan een
probleem helder worden dat bij de vragen naar
voren is gekomen.
9
Vraag de proefpersonen naar een oplossing van de
geconstateerde problemen. Zij kunnen soms zeer
waardevolle suggesties leveren.
10
Mondeling uitgevoerde pretests leveren doorgaans meer op dan
pretests die schriftelijk worden uitgevoerd. Bij schriftelijke
pretests kunnen vaak meer proefpersonen worden benaderd, maar
de reacties zijn vaak zeer summier of onbegrijpelijk en missen
toelichting. Juist die toelichtingen zijn vaak zeer waardevol.
© Ben Vroom, 1997
|