Inhoud
Een gebruikstest uitvoeren betekent: een (concept) website,
of een deel daarvan, testen bij individuele proefgebruikers
uit de doelgroep. Iedere proefgebruiker bekijkt de website gedurende
één, anderhalf of twee uur, afhankelijk van de omvang van de
site.
Hij zoekt dingen die hem interesseren of doet dingen die hij
graag wil doen (vrije surfsessie met zelfbedachte opdrachten),
hij voert testopdrachten uit en beantwoordt vragen. De testsessies
vinden individueel, na elkaar, plaats.
Doel: problemen opsporen
Doel is primair: zoveel mogelijk problemen in een website op
het spoor komen die de effectiviteit en gebruiksvriendelijkheid
belemmeren, en aanwijzingen verkrijgen voor verbetering. Ook
wordt getracht een beeld te krijgen van de kwaliteit en de sterke
kanten van de website.
[naar boven]
Proefpersonen
Echte vertegenwoordigers doelgroep
Van proefpersonen is het vooral belangrijk dat zij échte
vertegenwoordigers van de doelgroep zijn. Hoe meer iemand daadwerkelijk
in de site geïnteresseerd is, hoe beter.
De proefpersonen dienen uit de verschillende delen (segmenten)
van de doelgroep te komen. Bijvoorbeeld bij een test van de
website van de Gemeente Delft: een 'gewone' burger, een nieuwe
burger, een ondernemer, een raadslid, een journalist en iemand
van de publieksbalie die vragen van burgers beantwoordt.
Aantal proefpersonen
Zes tot acht proefpersonen is een gebruikelijk aantal bij
een gebruikstest. Ideaal is minimaal twee proefgebruikers per
deel van de doelgroep.
Testen met minder proefgebruikers, bijvoorbeeld drie in totaal,
is echter ook uitermate nuttig. Iedere proefgebruiker levert
in de regel zeer waardevolle resultaten op. Ook met drie proefgebruikers
komen doorgaans belangrijke problemen aan het licht (zie Webtests
en weblessen). Daarom is het beter om met weinig proefgebruikers
te testen dan niet te testen. Zelfs één proefpersoon is beter
dan geen.
Het is beter om vaker met een klein aantal proefpersonen te
testen dan minder vaak met een groter aantal.
[naar boven]
Testopdrachten en -vragen
U stelt een lijst op met opdrachten en vragen voor de proefpersonen.
Voor ieder deel van de doelgroep maakt u een aparte lijst.
U kunt opdrachten afleiden uit:
-
de doelen van de site (soms alsnog op te stellen)
wat is het belangrijkste wat bezoekers moeten kunnen vinden
of doen? wat moeten ze na het bezoek weten? welk beeld moeten
ze van de organisatie krijgen?
-
taken die gebruikers moeten kunnen verrichten
liefst gebaseerd op kennis van de doelgroep,(bijvoorbeeld
uit marketing-onderzoek, kennis van de buitendienst of een
taakanalyse bij leden van de doelgroep
-
zoekvragen van de doelgroep
bijvoorbeeld telefonisch of per e-mail binnengekomen vragen,
in de zoekmachine ingetypte zoekwoorden, via een webenquête
verzamelde gebruikersvragen, bij de buitendienst bekende
vragen van klanten
-
vragen die intern over de website leven
bijvoorbeeld of een knop duidelijk is, of men hyperlinks
in de rechterkolom ziet, of bezoekers een product kunnen
vinden
Aan de hand van deze doelstellingen en vragen stelt u een lijst
met testopdrachten en vragen op.
Hou daarbij met een aantal punten rekening:
-
geef in de opdrachten niets prijs over de inhoud, structuur,
knoppen, links of andere elementen van de website
-
vermijd de terminologie van de site; gebruik bijvoorbeeld
nooit namen van knoppen of producten
-
gebruik alleen alledaagse woorden
- schets gebruikssituaties: u hebt gehoord dat, u bent nu
op zoek naar….
[naar boven]
Testsessies
De proefgebruiker zit achter de computer, de testleider zit
ernaast. Hij vraagt in hoeverre de proefgebruiker geïnteresseerd
is in de site en wat hij daar zou willen zoeken of doen (en
waarom). Vervolgens laat hij hem dit hardopdenkend doen (vrije
surfsessie) en laat hij hem testopdrachten uitvoeren.
Als de proefgebruiker op problemen stuit of onverwachte dingen
doet, gaat het erom een zo goed mogelijk beeld te krijgen van
de redenen. Soms maakt de proefgebruiker die al hardopdenkend
duidelijk, soms zal de testleider hem vragen moeten stellen
om hier achter te komen of te checken of vermoedens juist zijn.
Dit onderbreekt het zoekproces, maar mijn ervaring is dat dit
niet hinderlijk hoeft te zijn en vaak zeer waardevolle informatie
oplevert.
Bij het stellen van vragen is voorzichtigheid geboden:
Aan het eind van de testsessie kan de testleider wél vragen
stellen die informatie geven over de site. Dan kan hij bijvoorbeeld
vragen waarom de proefgebruiker bij een opdracht niet een bepaalde
knop heeft gebruikt, of informatie over het hoofd heeft gezien.
Vragen uit de vragenlijst kan de testleider soms tussendoor
stellen, als daar een geschikt moment voor is. De andere vragen
stelt hij aan het eind van de testsessie.
[naar boven]
Meekijken
De belangrijkste verantwoordelijken voor de site kijken mee.
Als het om een of twee mensen gaat, kunnen zij in dezelfde
ruimte meekijken. Als meer mensen meekijken, kan dat in een
andere ruimte met liefst een beeldscherm met hetzelfde beeld
als dat van de proefgebruiker, en een beeldscherm dat via een
webcam of camera het gezicht van de proefgebruiker laat zien.
Dit kan ook via een one way mirror.
[naar boven]
Vastleggen resultaten
Zelf leid ik de testsessies en maak ik aantekeningen, welke
de basis vormen voor het verslag. Deze taken kunnen ook worden
gescheiden.
Eventueel legt u alles vast met bijvoorbeeld Camtasia of Morae.
Deze programma's maken een film van alle beeldschermbewegingen.
Morae kan ook webcambeelden van de proefgebruikers vastleggen.
Zij kunnen in de film van de testsessie in een apart kader worden
gemonteerd. U kunt zo'n film bekijken om de resultaten nog eens
goed op een rijtje te zetten. Ook kunt u selecties maken die
u aan anderen, bijvoorbeeld het hogere management of de vormgever,
kunt tonen.
Nadeel is dat het bekijken en bewerken van de films veel tijd
kost. Als u voldoende heeft aan aantekeningen, gaat de verwerking
van de resultaten veel sneller. U kunt ze direct na afloop van
de testsessies doornemen en conclusies trekken. Ook kunt u op
basis van de aantekeningen relatief snel een verslag maken.
[naar boven]
Meer informatie
|